Huisje Mostinckx

naam: Huisje Mostinckx

adres: Dorpsplein 5, 1700 Dilbeek (Sint-Martens-Bodegem)

telnr.: 02/451.69.34

e-mailadres: toerisme@dilbeek.be

websitehttp://www.toerismedilbeek.be

plan:  zplanntej

openingsuren:

OPEN VAN APRIL TOT OKTOBER

  • De hoppeschuur (met hoppemuseum): iedere zondagnamiddag van 15 tot 18 uur
  • Lemen huisje: iedere eerste zondag van de maand van 15 tot 18 uur met gratis rondleidingen
  • rondleidingen voor groepen: op aanvraag
  • De schuur kan ook gehuurd worden.

tips voor leerkrachten :

– Klik hier You Tube : huisje Mostinckx om een filmpje te bekijken over het huisje. In dit filmpje vind je heel wat interessante informatie over hoe men vroeger leefde. Zeer geschikt voor kinderen!

werkblad hop in ons dorp

de hop van wortel tot bel – lesfiche en werkblad

hop verwerken – lesfiche en werkblad

omschrijving:

GESCHIEDENIS

Ooit was het huisje Mostinckx een doodgewoon lemen hoevetje, één van de vele in het Pajottenland. Vandaag is het “bijzonder”, omwille van zijn authenticiteit, ook omwille van zijn schilderachtige ligging aan de voet van de Sint-Martinuskerk, maar vooral omdat het er nog staat.

Hoe oud is het huisje precies? Wie zal het zeggen? Wat we wel weten is dat het er voor 1777 stond.  Op de betrouwbare Ferrariskaart (ca. 1770-1777) staat het immers exact op zijn huidige plaats ingetekend.

Hoe lang de familie Mostinckx er heeft gewoond, is evenmin duidelijk.  Alleszins waren Petrus Mostinckx en zijn echtgenote voor 1835 eigenaar van het huisje.  De schuur werd pas omstreeks 1900 bijgebouwd.

In 1981 werd het huisje als monument beschermd. Na het vertrek van de laatste bewoners kocht de gemeente Dilbeek in 2000 het huisje aan omwille van de historisch-educatieve waarde.  De werkzaamheden aan het huisje begonnen in september 2009. Het huis werd gedemonteerd (de nog bruikbare balken, deuren, luiken en tegels werden opgeslagen) en compleet weer heropgebouwd. In 2011 kon het huisje opengesteld worden voor het publiek.

DE “GOEIE” OUWE TIJD

Karel De Pauw woonde hier 66 jaar toen hij in 1980 overleed.  Zijn vrouw Sofie werd in het huisje geboren en bracht er ook al haar kinderen ter wereld.

Het gezin kwam aan de kost met “boerkozen”. Zij kweekten groenten en fruit voor de markt en mestten één of twee varkens vet voor eigen gebruik.

De keuken was de centrale leefruimte waar alles gebeurde : wassen, plassen, strijken, koken, eten … De “Leuvense stoof” was de enige warmtebron. In de slaapkamer van de ouders en in de kinderkamertjes was het ’s winters dan ook bitterkoud.

Tot kort na de Tweede Wereldoorlog moest het water in emmers gehaald worden aan de gemeentepomp nabij de kerk. Elektriciteit was er toen wel al : één peertje in de keuken, bengelend aan een lang snoer, zodat de lamp naar behoeve kon worden verplaatst.

LEEMBOUW

Een boerenwoning mocht niet veel kosten.  Gelukkig zorgde de natuur zelf voor nagenoeg alle bouwmaterialen. Op ieder plekje vrije grond werden boompjes geplant.  Zij leverden jaren later de balken voor het vakwerk.  Leem, voor het bepleisteren van het vlechtwerk, werd ter plaatse gedolven en met gekapt stro en paardenurine vermengd.

De toegenomen welvaart zorgde ervoor dat mettertijd de kwetsbare lemen muren door duurzame bakstenen muren werden vervangen.  Zo heeft ook het huisje enkel nog een lemen voorgevel. Minstens eenmaal per jaar werd het huis gewit.

HOPTEELT

De hopteelt was eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten in de streek rond Asse en Aalst. Het landschap in Sint-Ulriks-Kapelle en Sint-Martens-Bodegem werd grotendeels gekenmerkt door de velden met hopstaken. De hopteelt vereist immers een ‘vruchtbare bodem en werkzame, knappe boeren’, voorwaarden die ruim vervuld waren in deze streek.  Maar het mocht niet baten. Vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw kwijnde de hopteelt weg. Hop uit Oost-Europa  en de VS beheerst tegenwoordig de markt.

Op een boogscheut van het huisje Mostinckx , langs de Ternatstraat, liggen nog twee hoppevelden.

BEZOEKEN

Het huisje Mostinckx is een museumpje, met authentiek meubilair en gebruiksvoorwerpen van voor de Tweede Wereldoorlog. De tijd is er blijven stilstaan. Het biedt de bezoeker een realistisch beeld van de typische landelijke en traditionele woningbouw en wooncultuur van onze voorouders op het platteland.

Het huisje kan op aanvraag bezocht worden.  Ook voor kinderen is een bezoek aan het huisje een ware ontdekking en een boeiende belevenis.  Het huisje lijkt immers op kindermaat gebouwd, met zijn kleine kamertjes en lage plafonds. Voor kinderen lijkt het een beetje vreemd: met wekkers die moeten opgewonden worden, kommetjes om je in te wassen, een gekke waterketel en koffiepot, een kachel die met kolen moet gestookt worden om een kommetje pap te bereiden, matrassen die met stro gevuld zijn … Om nog niet te spreken over de vreemde voorwerpen die je in het stalletje vindt.

Bronwebsite toerisme Dilbeek en LEYS, K., Stenen erfgoed in Dilbeek Van Alenatoren tot Westrand, De Draak vzw, Tollembeek, 2013. (een zeer interessant boek dat werd gerealiseerd in samenwerking met het gemeentebestuur van Dilbeek en de vzw Dilbeeks erfgoed)

foto’s

ferraris

Ferrariskaart (1771-1778)

zhuisjemostinckx in 1933

1933

zhuisjemostinckx voor de restauratie zhuisjemostinckx in 2007

voor de restauratie

zhuisjemostinckxin 2011

2011

    interieur  interieur 1 interieur 2